Waarom ik ambachtelijke slager werd

Als ambachtelijke slager vertel ik hoe ik het slagersvak leerde en in dertig jaar mijn ervaring met eerlijk vlees opbouwde. Ik was nog maar een jochie toen ik ontdekte dat ik graag wilde werken. Niet omdat het moest, maar omdat ik het mooi vond om mijn eigen geld te verdienen. Op mijn twaalfde liep ik al met folders door de wijk, maar al snel wilde ik méér. Via een kennis kreeg ik de kans om op zaterdag in de slagerij te komen werken. Ik was veertien, verlegen, klein tussen al die grote mensen — maar ik vond het geweldig.
De eerste stappen: een jonge jongen in de slagerij
Die eerste jaren vormden de basis van wie ik later werd: een ambachtelijke slager die het vak echt van onderaf heeft leren kennen. Elke zaterdag ging de wekker vroeg. Om zes uur stond ik in de slagerij, en pas om half zes ’s avonds was ik klaar. Voor 25 gulden per dag voelde ik me rijk. Ik reed mee met de slager naar Haarlem, keek mijn ogen uit en deed alles wat een jonge hulp mocht doen: toonbanken vullen, vlugklaarproducten maken, schoonmaken, nog meer schoonmaken… en nog een beetje schoonmaken. Maar ik vond het prachtig. Ik voelde me onderdeel van iets groters, iets ambachtelijks.
De eerste echte taken: het gevoel van een vakman in wording
Na een paar maanden mocht ik voor het eerst gehakt draaien. Dat vergeet ik nooit meer. Eerst het vlees door de fijne plaat, mengen, nog een keer draaien en dan met je hand het gehakt opvangen als een soort broodje. Vijf broodjes op een schaal, toonbank in. Ik voelde me toen al een halve slager.
Tartaar draaien, filet americain met de hand mengen tot het van je vingers viel, hamburgers uitsteken en stempelen met dat ruitjespatroon… ik was de hele dag bezig en leerde elke minuut.
Van bijbaan naar roeping: de keuze voor het slagersvak
Later kon ik dichter bij huis werken, in Broek op Langedijk. Ik was zestien, had net mijn MBO‑diploma van de School voor Levensmiddelentechniek gehaald, maar wist totaal niet wat ik wilde worden. Ik probeerde nog even een vervolgopleiding, maar dat was niks voor mij.
Toen ik rond
kerst meer mocht werken vanwege de drukte, voelde ik meteen: dit is waar ik hoor. Mijn ouders zagen het ook. “Ambachtslieden zijn er altijd te kort,” zei mijn vader. “Een goed vakman kan goed geld verdienen.” En zo begon mijn carrière als leerling‑slager.
De oude meesters: leren van karaktervolle vakmensen

Ik ging naar de slagersvakschool in Broek op Langedijk en werkte ondertussen in de slagerij. Daar leerde ik de echte oude meesters kennen. Door hun manier van werken begreep ik wat het betekent om een ambachtelijke slager te zijn: iemand die het vak voelt in zijn handen en hart. Mannen met grote snorren, norse blikken en stemmen die door merg en been gingen. De chefslager duldde geen tegenspraak. De oudere slager vond jonge gasten maar lastig. De dames achter de toonbank waren stevig, direct en niet bang om hun mening te geven. Ik kreeg er rode oortjes van.
Maar tussen al die karakters leerde ik het vak zoals je het nergens anders leert: met je handen, je neus, je ogen en je hart.
Het keerpunt: ontdekken dat kwaliteit begint bij de boer
Het echte keerpunt kwam toen ik begin twintig was. Via vrienden kwam ik vaak op een boerderij waar ze melkkoeien hadden, een boerderijwinkel runden en hun eigen kaas maakten. Daar proefde ik voor het eerst vlees van dieren die écht goed hadden geleefd.
Dubbeldoelkoeien, vetgemeste varkens… de smaak was puur, rijk, mals. Ik had al heel wat vlees geproefd in de slagerij, maar dit was anders. Dit was vlees met een verhaal. Vlees dat je proeft met je hele mond, niet alleen met je tong.
Ik wist meteen: dit is het verschil. Dit is wat mensen zouden moeten eten. Op dat moment besefte ik dat een ambachtelijke slager niet alleen vlees verwerkt, maar vooral begrijpt waar goed vlees vandaan komt.
Ambacht als levenshouding: respect voor dier, boer en product
Vanaf dat moment keek ik anders naar mijn vak. Ambacht werd voor mij niet alleen het snijden, uitbenen en verwerken van vlees, maar ook het verhaal erachter. De geur van warm vlees dat net binnenkomt, het uitbenen van een halve koe, het voelen van de structuur onder je mes — dat is ambacht.
Maar het begint allemaal bij de boer. Bij hoe een dier leeft, wat het eet, hoeveel ruimte het heeft, hoeveel stress het ervaart. Dat bepaalt de smaak, de kwaliteit en uiteindelijk het respect dat je als slager voelt voor het product waar je mee werkt.
De frustratie: hoe massaproductie het vak uitholt
Wat mij frustreert in de moderne vleessector is dat massaproductie de norm is geworden. Smaak wordt gecreëerd met toevoegingen, vleeswaren zitten vol E‑nummers en bewerkt vlees staat in een kwaad daglicht. Terwijl het probleem niet het vlees is, maar hoe we ermee omgaan.
Ik wil mensen meegeven: eet bewust.
Eet minder, maar beter. Weet waar je vlees vandaan komt. Koop lokaal. Steun de boer.
Corona: het moment waarop alles samenkwam
Tijdens corona viel alles op zijn plek. De wereld stond stil, maar mijn gedachten gingen harder dan ooit. Ik zag hoe afhankelijk we waren geworden van supermarkten, hoe de keuze verschraalde, hoe kleine ondernemers verdwenen. Tegelijkertijd groeide het online bestellen van eten enorm.
En ik dacht: dit is het moment. Dit is de kans om boeren te helpen zichtbaar te worden. Om consumenten weer toegang te geven tot écht vlees.
De geboorte van Vleeskopenbijdeboer.nl
Zo ontstond in 2021
Vleeskopenbijdeboer.nl. . Een plek waar ik mijn verhaal kan vertellen, waar ik boeren kan verbinden met consumenten, waar ik eerlijkheid terugbreng in de keten. De boerenprotesten raakten me diep. Ik wilde iets doen. En dit was mijn manier.
Mijn rol vandaag: vakman én verbinder
Ik zie mezelf als vakman, maar ook als verbinder. Iemand die zijn kennis inzet om mensen te helpen betere keuzes te maken. Iemand die het verhaal van de boer vertelt. Iemand die laat zien dat goed vlees begint bij respect — voor het dier, voor de boer en voor het ambacht.
En hoe mooi is het dat ik nu anderen de weg mag wijzen naar de boer.
. . Een plek waar ik
mijn verhaal kan vertellen, waar ik boeren kan verbinden met consumenten, waar ik eerlijkheid terugbreng in de keten. De boerenprotesten raakten me diep. Ik wilde iets doen. En dit was mijn manier.
Mijn rol vandaag: vakman én verbinder
Ik zie mezelf als vakman, maar ook als verbinder. Iemand die zijn kennis inzet om mensen te helpen betere keuzes te maken. Iemand die het verhaal van de boer vertelt. Iemand die laat zien dat goed vlees begint bij respect — voor het dier, voor de boer en voor het ambacht.
En hoe mooi is het dat ik nu anderen de weg mag wijzen naar de boer. Vandaag zie ik mezelf als ambachtelijke slager én verbinder tussen boer en consument, iemand die eerlijkheid en vakmanschap terugbrengt in de keten.